Posts tonen met het label kamerbrief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kamerbrief. Alle posts tonen

vrijdag 8 maart 2013

Politiemissie Kunduz eindigt 1 juli, missie F-16’s en versterking rechtsstaat verder

Het kabinet heeft vrijdag bekendgemaakt dat Nederland op 1 juli 2013 een punt zet achter de politietrainingsmissie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz. Het personeel en het materieel hebben uiterlijk 1 november de Duitse basis in Kunduz verlaten.

De F-16’s in Mazar-e-Sharif blijven wel actief, het programma om de rechtsstaat te verbeteren blijft doorlopen tot in 2014 en Den Haag blijft ook steun verlenen aan EUPOL in Kabul.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie bericht dat het werk in Kunduz tot 1 juli onverminderd voortgaat, maar het accent verschuift verder naar de overdracht van taken aan de Afghaanse autoriteiten.

De Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie heeft sinds de zomer van 2011 een stevige basis gelegd voor de hele justitieketen in Kunduz, zo meldt Defensie

“De Afghanen zijn eerder dan gepland klaar om zelf de verantwoordelijkheid voor politietrainingen te dragen in Kunduz.”

Afghaanse trainers geven zelf al les, en Nederland en Duitsland het personeel van de Afghaanse staf, zodat die de leiding kan overnemen.

Overdracht
Vanaf 1 juli is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de politieopleidingen en dragen de Duiters het trainingscentrum over aan de Afghanen.

Duitse bescherming
Het besluit van de Nederlandse regering is voor een deel ook het gevolg van de Duitse troepenreductie in Afghanistan. Berlijn trekt zijn soldaten in de tweede helft van dit jaar terug uit Kunduz.

Nederlands personeel in het gebied is voor veiligheid en legering afhankelijk van Duitse eenheden.

Dit geldt ook voor de Nederlanders die voor EUPOL in Kunduz het hogere politiekader opleiden. EUPOL sluit hun trainingslocatie in Kunduz naar verwachting eveneens op 1 juli.

België
Het Belgische persbureau Belga bericht dat de kans groot is dat ook de Belgen niet lang meer in Kunduz blijven nu de Duitsers aan vertrekken denken.

De Belgische regering heeft hier echter nog niets over beslist.

Legerchef Gerard Van Caelenberge durfde bij het traditionele kerstbezoek aan de troepen in elk geval niet meer te voorspellen of het Belgische leger ook eind 2013 nog in Kunduz gestationeerd zal zijn, aldus Belga.

België leidt in Kunduz Afghaanse soldaten op.

Nederland blijft actief
Nederland vertrekt niet volledig uit Afghanistan maar zet het rule of law-programma in Kunduz voort tot in 2014.

Ook de F-16’s die op Camp Marmal in Mazar-e-Sharif zijn gestationeerd blijven actief en Den Haag blijft de Europese Politiemissie van de EU in Afghanistan (EUPOL) in Kabul ondersteunen.

Voortzetting rule of law-programma
De ontwikkeling van de rechtsstaat in Kunduz is een zaak van lange termijn. Daarom gaat het zogenoemde rule of law-programma volgens planning tot in 2014 door.

Lokale, niet-gouvernementele organisaties die niet afhankelijk zijn van Duitse of Nederlandse aanwezigheid voeren de projecten uit en zij blijven met de Nederlandse ambassade in Kabul de projecten monitoren.

F-16’s Mazar-e-Sharif
Nederland blijft in Kunduz ook militair betrokken met de inzet van de 4 F-16’s vanaf Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen voeren de taken uit onder het huidige mandaat en ondersteunen daarnaast de terugverplaatsing van de Nederlandse eenheden.

Mazar-e-Sharif is de hoofdstad van de provincie Balkh, de westelijke buurprovincie van Kunduz.

De Nederlandse Air Task Force (ATF) bestaat uit een detachement van ongeveer 120 manschappen.

De F-16's mogen boven heel Afghanistan in actie komen en daarbij hun wapensystemen inzetten.

EUPOL
Een woordvoerder van de Rijksoverheid meldt dat EUPOL het Field Office Kunduz naar verwachting eveneens op 1 juli sluit.

De Nederlandse die hier voor EUPOL in Kunduz het hogere politiekader opleiden krijgen ook bescherming van Duitsland.

Nederland blijft EUPOL in de Afghaanse hoofdstad Kabul ondersteunen met politiefunctionarissen en deskundigen die werken aan de versterking van de politie- en justitiesector op nationaal niveau, aldus Defensie.

Positief
Nederland is sinds de zomer van 2011 actief in Kunduz. Defensie meldt dat het kabinet zich in een tussentijdse evaluatie voorzichtig positief toont over de resultaten. Deze rapportage is ook aan de Tweede Kamer gestuurd.

De waardering voor de Nederlandse inspanningen is groot bij zowel de Afghanen als de internationale partners. Door de gehele justitiële keten heen zijn er nu beter opgeleide agenten, advocaten, rechters en aanklagers.

Het is volgens het kabinet nu te vroeg om vast te stellen wat het effect op langere termijn zal zijn van de politietrainingsmissie.

Aan de politiemissie in Afghanistan nemen 545 Nederlandse manschappen deel. De missie zou aanvankelijk tot midden 2014 duren. Het doel is om Afghaanse agenten op te leiden en de rechtsstaat te versterken.

Reactie Hennis-Plasschaert
De NOS meldt dat minister van Defensie Hennis-Plasschaert zegt dat Nederland met recht kan zeggen dat het iets heeft bereikt en dat de trainingen met een gerust hart kunnen worden overgedragen aan de Afghanen.

Ze zegt ook dat het in Afghanistan altijd onveiliger zal zijn dan in Nederland, maar het is veel veiliger dan een paar jaar geleden.

Kamerbrief Duitse terugtrekking
De ministers Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken), Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie), Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) en Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) hebben een brief aan de Tweede Kamer geschreven over de Duitse troepenreductie.

In de brief aan het parlement zetten de bewindslieden de gevolgen uiteen van de Duitse troepenreductie in Afghanistan in 2013 voor de Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie.

Zie: Kamerbrief over Duitse troepenreductie in Afghanistan en Nederlandse politietrainingsmissie

Tussentijdse evaluatie missie Afghanistan
De regering heeft ook een tussentijdse evaluatie van de geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan geschreven. Deze evaluatie gaat over de periode van de start in 2011 tot en met 31 december 2012.

Zie: Tussentijdse evaluatie politietrainingsmissie in Afghanistan

Zie het gehele Pdf-document: Tussentijdse Evaluatie: De geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan


Videoverslag NOS over Nederlandse terugtrekking



Premier Mark Rutte over terugtrekking



Zie ook:
Politiemissie Kunduz eindigt deze zomer
Eerdere beëindiging missie Kunduz “serieuze optie”
Politiekamp Kunduz al in juli overgedragen aan Afghanen
Nieuwe fase opleiding Afghaanse agenten

donderdag 18 oktober 2012

GroenLinks en ChristenUnie willen debat over missie Kunduz

De ChristenUnie en GroenLinks willen volgende week een debat in de Tweede Kamer over de politietrainingsmissie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz nu bekend is geworden dat door Nederland opgeleide agenten ook buiten Kunduz werken.

Dat meldt dagblad Het Parool. De regering schreef donderdag aan de Tweede Kamer dat tegen de afspraken in Afghaanse politiemensen die door Nederland zijn opgeleid toch buiten Kunduz worden ingezet.

Den Haag heeft naar aanleiding van deze situatie de opleiding voor Afghaanse politie-onderofficieren stilgezet

Het Parool bericht dat zowel Joël Voordewind van de ChristenUnie als fractieleider Bram van Ojik van GroenLinks deze stap 'adequaat’ vinden.

De ChristenUnie schrijft in een verklaring dat de voortgangsrapportage ook melding maakt “van basisagenten die buiten Kunduz zijn op opgeleid”.

Tweede Kamerlid Joel Voordewind wil daarom weten hoe het daarmee zit en vraagt zich af of deze opleidingen ook worden stopgezet.

Voor GroenLinks is het altijd 'essentieel' geweest dat in Kunduz opgeleide politiemensen kunnen worden gevolgd, verklaart Van Ojik.

Hij zegt dat het een 'heel belangrijke voorwaarde' is geweest voor de steun aan de missie. Van Ojik wil snel van het kabinet weten hoe dit in de toekomst wel kan worden gegarandeerd.

Voordewind is van mening dat de voortgangsbrief van het kabinet over de Nederlandse politietrainingsmissie in Afghanistan nog veel vragen open laat.

Hij maakt zich ook zorgen over de protection force van de Duitsers nu zij Kunduz eerder gaan verlaten.

Duitsland heeft de taak op zich genomen om de Nederlandse politietrainers die in Kunduz werken te beschermen.

Voordewind wil verder de mening van de PvdA weten over de missie nu deze partij onderhandelt met de VVD over de formatie van een nieuw kabinet.

De PvdA was tegenstander van de missie, terwijl de VVD de missie altijd heeft gesteund.

Voor GroenLinks en de ChristenUnie was het een belangrijke voorwaarde dat door Nederland opgeleide agenten binnen Kunduz zouden blijven werken om hun steun aan de missie te verlenen.

De steun van deze partijen was voor de regering cruciaal om een meerderheid in de Tweede Kamer achter de uitzending van een politietrainingsmissie naar Afghanistan te verwerven, omdat gedoogpartner PVV tegen de missie was.

De Afghaanse regering in Kabul en de autoriteiten in Kunduz hadden Nederland schriftelijk toegezegd dat door Nederland opgeleide agenten in Kunduz zouden gaan werken.

Minister van Defensie Hans Hillen erkende eerder dit jaar dat het volgsysteem van Afghaanse agenten functioneert, maar niet waterdicht is.

De opleiding van Afghaanse agenten buiten de poort in Kunduz gaat momenteel wel gewoon door.


Verklaring ChristenUnie

ChristenUnie: volgende week debat over voortgangsbrief Kunduz

De ChristenUnie vindt dat de voortgangsbrief over de missie in Kunduz nog veel onduidelijk laat. Tweede Kamerlid Joel Voordewind wil volgende week een debat hierover. Het kabinet heeft volgens de ChristenUnie adequaat gereageerd door de opleidingen van onderofficieren tijdelijk stop te zetten. De voortgangsrapportage maakt echter ook melding van basisagenten die buiten Kunduz zijn op opgeleid. Tweede Kamerlid Joel Voordewind wil weten hoe het daarmee zit en vraagt zich af of deze opleidingen ook worden stopgezet.

Voordewind maakt zich zorgen over de protection force van de Duitsers nu zij Kunduz eerder gaan verlaten. Voordewind: ,,Er zijn veel vragen over de voortgang. Wie neemt deze protection force over? Gaan wij ook eerder weg? Ik wil ook van de PvdA weten of zij de missie inmiddels ondersteunen nu zij onderhandelen over een nieuw kabinet." Voordewind vindt de kabinetsinformatie over de verbetering van de positie van religieuze minderheden te summier.

Zie ook:
Nederland staakt opleiding Afghaanse politie-officieren in Kunduz
Hillen: volgsysteem opgeleide agenten Kunduz niet waterdicht, maar functioneert

woensdag 20 juni 2012

Kamerbrief juni 2012 over politietrainingsmissie Afghanistan

De ministers Uri Rosenthal (BZ), Hans Hillen (Defensie), Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) en staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken) hebben dinsdag een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de stand van zaken van de politietrainingsmissie in Kunduz en de politieke ontwikkelingen in Afghanistan in maart, april en mei 2012.

(Zie ook op de site van de Rijksoverheid).

Kamerbrief over politietrainingsmissie Afghanistan
Kamerstuk: Kamerbrief | 19-06-2012

Brief van de ministers Rosenthal (BZ), Hillen (Def), Opstelten (VenJ) en staatssecretaris Knapen (BZ) over de stand van zaken van de politietrainingsmissie en de politieke ontwikkelingen in Afghanistan in maart, april en mei 2012.


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum 19 juni 2012
Betreft Stand van zaken brief politietrainingsmissie Afghanistan

Ministerie van Buitenlandse Zaken
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Ministerie van Defensie
Postbus 20701
2500 ES Den Haag

Ministerie van Veiligheid en Justitie
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Onze Referentie
DVB/CV-169/12

Geachte Voorzitter,

Met deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken van de Geïntegreerde politietrainingsmissie en de algemene politieke ontwikkelingen in Afghanistan in de maanden maart, april en mei 2012. Dit is een vervolg op de stand van zakenbrief van 12 maart jl. (Kamerstuk 27925, nr.453).

Algemene politieke ontwikkelingen
De afgelopen periode is vooruitgang geboekt in het transitieproces. Op 13 mei jl. besloot president Karzai dat het overgrote deel van het land – inclusief zes van de zeven districten van de provincie Kunduz – formeel in het transitieproces zou worden opgenomen. De feitelijke overdracht van verantwoordelijkheden van ISAF naar Afghaanse autoriteiten in deze gebieden zal de komende maanden geleidelijk plaatsvinden. Nederland blijft gedurende dit proces in Kunduz investeren in de capaciteitsopbouw van de civiele politie en justitie tot medio 2014.

De internationale betrokkenheid bij Afghanistan op de lange termijn is de afgelopen periode herbevestigd. Tijdens de NAVO-Top in Chicago is de financiering van de ANSF na 2014 zo goed als zeker gesteld en zijn de contouren vastgelegd voor de post-2014 NAVO-betrokkenheid bij Afghanistan na 2014. Het bondgenootschap zal zich dan richten op training, advies en assistentie aan het Afghaanse leger- en politieapparaat. Ook de EU heeft de betrokkenheid op de lange termijn onlangs herbevestigd in raadsconclusies.

Tijdens de Tokio-conferentie op 8 juli as. wordt met de Afghaanse regering gesproken over de lange termijn steun aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het land. Ook wordt gesproken over de noodzakelijke Afghaanse politieke inspanningen om de voortzetting van deze steun te verzekeren. Het kabinet is van mening dat er naast steun aan de Afghaanse veiligheidssector evenzeer aandacht moet zijn voor ontwikkeling. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en essentieel voor duurzame stabiliteit. Na 2014 dient daarom naast financiële steun aan de veiligheidssector een substantiële bijdrage aan de bredere sociaaleconomische ontwikkeling van Afghanistan te worden geleverd. Het kabinet is voorstander van voortzetting van de lijn die gekozen is in het huidige Meerjarig Strategisch Plan (MJSP) en een blijvende OS-inspanning na 2014. Dit past bij de betrokkenheid van Nederland bij Afghanistan als partnerland.

De hulp zal gepaard moeten gaan met een verzakelijking in de OS-relatie met Afghanistan. Nederland pleit voor concrete indicatoren op het gebied van goed bestuur, corruptiebestrijding, de rechtsstaat, mensenrechten, electorale hervormingen en public finance management. Het kabinet beziet momenteel op welke wijze Nederland voorafgaand aan de conferentie een bijeenkomst van Afghaanse NGO’s kan steunen om zo de inbreng van het Afghaanse middenveld in de discussie over de toekomst van Afghanistan te verbeteren.

Begin van de maand is vernomen dat het UNDP Office of Audit and Investigation een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van beschuldigingen van fraude en wanbeheer bij het Law and Order Trust Fund (LOTFA) van UNDP in Afghanistan voor een bedrag van USD 2.2 miljoen. Het gaat vooralsnog om beschuldigingen maar UNDP neemt de kwestie uiterst serieus. Het LOTFA is sinds 2002 verantwoordelijk voor de financiering van de opbouw van de Afghaanse politie. Nederland heeft sinds 2003 jaarlijks aan het fonds bijgedragen. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de fraude betrekking heeft op de Nederlandse bijdrage. UNDP voert een zero tolerance beleid ten aanzien van fraude en zal, indien de uitkomsten van dit onderzoek daar aanleiding toe geven, gepaste maatregelen nemen. De Nederlandse ambassade is in nauw contact met UNDP over deze zaak en wordt goed op de hoogte gehouden over de voortgang van het onderzoek. Zodra de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal het kabinet uw Kamer nader informeren, ook over mogelijke vervolgstappen ten aanzien van de Nederlandse bijdrage aan het LOTFA voor 2012.

Op het terrein van regionale samenwerking is voorzichtige vooruitgang geboekt sinds de Istanbulconferentie van 2 november 2011. Tijdens een regionale ministeriële bijeenkomst op 14 juni jl. te Kabul hebben Afghanistan en de buurlanden maatregelen geïdentificeerd om het onderling vertrouwen te versterken. Stabiliteit in de regio en goede relaties tussen de buurlanden zijn voorwaarden voor een veilig en welvarend Afghanistan.

Er is tot dusver geen vooruitgang in het politieke vredesproces. De Taliban heeft de contacten nog altijd opgeschort en het beoogde Talibankantoor in Qatar is er nog niet. De liquidatie van vooraanstaande leden van de Hoge Vredesraad, zoals eerder op voorzitter Rabbani en recenter op voormalig Taliban-minister van Hoger Onderwijs Arsala Rahmani, zijn een grote tegenslag. Het kabinet acht verzoening en een politieke oplossing essentieel voor de toekomst van Afghanistan. Inclusiviteit, respect voor mensenrechten en het tegengaan van straffeloosheid zijn in dit verband cruciaal. Nederland voert hierover regelmatig gesprekken met de Afghaanse regering en met andere belanghebbenden zoals de VS en Europese partners, en steunt mensenrechten- en vrouwenorganisaties die actief zijn op dit gebied. In Kunduz investeert Nederland in het versterken van de lokale capaciteit om zelf conflicten op te lossen. Dergelijke lokale activiteiten vergroten het draagvlak voor verzoening en spelen een indirecte rol in het nationale vredesproces.

Daarnaast steunt Nederland het Afghanistan Peace en Reintegration Program (APRP). Door financiële steun aan het APRP wordt een directe mogelijkheid gecreëerd om mee te praten over verzoening en re-integratie en de richting van het politieke proces te beïnvloeden. Wel is het van belang kritisch te blijven kijken naar het functioneren van dit programma. Nederland zal de komende tijd pleiten voor een onafhankelijke evaluatie van het programma en het formuleren van heldere benchmarks zodat de voortgang van het APRP beter inzichtelijk kan worden gemaakt.

Geïntegreerde politietrainingsmissie
De geïntegreerde politietrainingsmissie is bijna een jaar geleden gestart. In de bijlage bij deze brief worden conform de toezegging aan uw Kamer de resultaatindicatoren en de resultaatmetingsystematiek nader uiteen gezet, alsmede de resultaten die de afgelopen maanden zijn behaald.

In Kabul wordt beleid ontwikkeld voor de Afghaanse politie in het licht van de overgang van transitie naar transformatie. Dit proces wordt voorbereid en begeleid door de International Police Coordination Board (IPCB), voorgezeten door de Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken en ondersteund door een secretariaat dat het afgelopen jaar werd geleid door een bij EUPOL gedetacheerde Nederlandse diplomaat. Op 3 mei jl. werd dit proces ingeluid door een conferentie met deskundigen van de Afghaanse autoriteiten, NTM-A, EUPOL, VN en diplomaten. Besloten is deze zomer in drie werkgroepen concrete plannen uit te werken, waarbij de strategische doelen van EUPOL als richtsnoer worden genomen (lange-termijn-ontwikkeling van de ANP, institutionele hervorming van het ministerie van Binnenlandse Zaken en versterking van de samenwerking tussen politie en justitie).

In Kunduz heeft de missie synergie kunnen realiseren tussen de verschillende activiteiten. Zo worden de mentoringsactiviteiten van EUPOL ten behoeve van het midden en hoger kader van de politie afgestemd op die van de POMLTs, die door de aard van hun activiteiten goed op de hoogte zijn van de praktische problemen en de uitdagingen in het dagelijkse werk van agenten op straat. EUPOL beziet momenteel mogelijkheden voor het begeleiden van het midden- en hoger kader van de AUP in het district Khanabad, voortbouwend op de contacten die de POMLTs daar hebben gelegd. De POMLTs werken ook nauw samen met de organisaties die het rule of law programma uitvoeren en dragen zo bij aan verdere versterking van de relatie tussen de Afghaanse politie en de justitiële sector. Gezamenlijk georganiseerde activiteiten op het gebied van community policing en bewustzijnsvergroting onder de bevolking tonen de meerwaarde van de geïntegreerde benadering aan.

In de afgelopen rapportageperiode is verder geïnvesteerd in het vullen van het door Nederland geïntroduceerde agentvolgsysteem PMS (Police Monitoring System). Het bevat alle persoonsgegevens van AUP-agenten in Kunduz die door Nederland worden opgeleid en begeleid. Ook door EUPOL aangeleverde data van AUP-cursisten worden in het PMS ingevoerd. De missie is daarmee in staat om door Nederland opgeleide agenten te blijven volgen. De Chief of Police in Kunduz blijft zich coöperatief opstellen en heeft de civiele inzet van door Nederland opgeleide agenten tot nu toe consequent gegarandeerd. De missie deelt haar ervaringen op het terrein van tracking & tracing met de coalitiepartners, om hen te ondersteunen bij de verbetering van hun eigen methodes.

De missie heeft zich ook de afgelopen periode ingespannen voor de verbetering van de positie van Afghaanse vrouwen, een speerpunt dat bij alle activiteiten wordt meegenomen. Vrouwelijke politieagenten in Kunduz en Kabul hebben op maat gemaakte trainingen gekregen, waarmee zij beter in staat zijn zich te handhaven in hun moeilijke werkomgeving. In Kunduz is in het kader van het rule of law programma verder veel aandacht besteed aan de rechtspositie en de rechtstoegang van vrouwen, bijvoorbeeld met bewustmakingsactiviteiten en het bieden van rechtsbijstand door gespecialiseerde advocaten.

Het rule of law programma verloopt voorspoedig en wordt gewaardeerd door de plaatselijke bevolking. De mogelijkheden voor burgers in Kunduz om hun wensen en klachten kenbaar te maken bij de politie zijn toegenomen. Advocaten en functionarissen in de justitiële sector melden een verbeterde samenwerking met de politie en laten weten dat rechten van verdachten beter worden gerespecteerd. Medewerkers van de zogenaamde Huqooq-kantoren (verbindende schakel tussen
het formele en het informele rechtssysteem) stellen de Nederlandse ondersteuning op prijs en hebben verzocht deze voort te zetten.

De relatie met de Afghaanse civiele politie en de lokale overheid is versterkt, waardoor de opleidingen, mentorings- en begeleidingsactiviteiten goed kunnen worden toegesneden op de lokale context. Ook worden naast de reguliere opleidingen maatwerkopleidingen voor specifieke onderdelen van de politie ontwikkeld. Goede samenwerking van de districtsbestuurders in Khanabad maakte het mogelijk relatief snel met een POMLT van start te gaan met de aanvullende training van agenten uit dat district. Ook is een verbetering te zien in de wijze waarop provinciaal bestuur de coördinatie van de justitie instellingen ter hand neemt. De relatie met de internationale partners is eveneens goed en vertaalt zich in missiebrede samenwerking.

De recente afkondiging van de derde tranche van het transitieproces, waarmee nagenoeg de hele provincie Kunduz in transitie gaat, geeft een extra impuls om door te gaan met de investering in de kwaliteit van de civiele politie en de rule of law sector. Na de inzet van de POMLT in het district Khanabad is in juni besloten te beginnen met POMLT-activiteiten in het district Aliabad. Al naar gelang de veiligheidssituatie dit toestaat zal het werkgebied van de POMLTs binnen de provincie stapsgewijs verder worden uitgebreid.

De bijlage van deze brief bestaat uit drie delen. Deel 1 schetst de belangrijkste algemene (politieke) ontwikkelingen in Afghanistan. Vervolgens gaat deel 2 in op de resultaten van de Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie. Tenslotte besteedt deel 3 aandacht aan de organisatorische aspecten van de missie.


De Minister van Buitenlandse Zaken, De Minister van Veiligheid en Justitie, De Minister van Defensie, De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Dr. U. Rosenthal
Mr. I.W. Opstelten
Drs. J.S.J. Hillen
Dr. B. Knapen


Bijlage Stand van Zakenbrief politietrainingsmissie Afghanistan

Deel 1: Algemene ontwikkelingen Veiligheidssituatie en transitie

Het aantal geweldsincidenten in Afghanistan lag in de eerste vijf maanden van 2012 lager dan in dezelfde periode het jaar ervoor. De Taliban hebben weliswaar met aanslagen in Kabul op 15 april en in berichten in de media op 2 mei de opening van het vechtseizoen aangekondigd, maar van een grootschalig gecoördineerd landelijk offensief is vooralsnog geen sprake. Wel neemt in (de aanloop naar) de zomerperiode het aantal geweldsincidenten toe. Recentelijk zijn enkele gecoördineerde aanslagen in vooral Zuid- en Oost-Afghanistan gepleegd.

Ook in Kunduz is het geweldsniveau de eerste vijf maanden van 2012 lager dan in dezelfde periode in 2011. De aanhoudende druk van Afghaanse veiligheidstroepen, operaties van special forces en het strenge winterweer hebben de uitgangspositie van de insurgency bij de aanvang van het zomerseizoen verzwakt. Een belangrijk deel van het insurgency-leiderschap is bovendien niet teruggekeerd uit Pakistan, waar het traditioneel in de winter verblijft om te recupereren.

Het is de verwachting dat het geweldsniveau in Kunduz over de rest van het jaar lager zal zijn dan in 2011. De nadruk van de insurgency ligt naar verwachting het komende jaar vooral op het verdedigen van een aantal gebieden van invloed. De meeste geweldsincidenten vinden plaats rondom gebieden waar Afghaanse
veiligheidstroepen de bewegingsvrijheid van insurgents bedreigen. De voortschrijdende footprint van de Afghaanse veiligheidstroepen kan de komende zomer dan ook lokaal zorgen voor een tijdelijke stijging van het aantal geweldsincidenten.

Transitie
Op 13 mei jl. heeft president Karzai de derde tranche van de transitie aangekondigd. Delen van alle 34 Afghaanse provincies, inclusief alle provinciale hoofdsteden, gaan hiermee in transitie. Ruim 75 procent van de Afghaanse bevolking woont daarmee in het transitiegebied. In Kunduz zijn alle districten, met uitzondering van het district Khanabad, opgenomen in de derde transitietranche. De verwachting is dat de transitie op korte termijn geen ongunstige gevolgen zal hebben voor de veiligheidssituatie in Kunduz. De vierde en tot slot de vijfde tranche van het transitieproces zullen waarschijnlijk in november 2012, respectievelijk juni 2013 worden afgekondigd.

Verzoening en re-integratie
Op 24 april jl. werd Salahuddin Rabbani, zoon van de vermoorde oud-president en voorzitter van de Hoge Vredesraad, Burhanuddin Rabbani, geïnstalleerd als nieuwe voorzitter van de Hoge Vredesraad. Hij heeft laten weten een consultatieve en inclusieve aanpak na te streven en meer samenwerking te zoeken met de provinciale vredesraden en maatschappelijke organisaties. Er is verdeeld gereageerd op de benoeming van Rabbani mede vanwege zijn relatief jonge leeftijd. Intussen is er niet veel vooruitgang geboekt in het vredesproces. Iedereen beseft dat verzoening een proces van lange adem zal zijn, waarbij ook tegenslagen zijn te verwachten en een succesvol vredesproces geen zekerheid is. Er zijn immers veel ‘spoilers’ die geen vrede willen. De vastberadenheid van de Hoge Vredesraad om het proces door te zetten, ondanks de vrees onder veel van de leden voor hun veiligheid, stemt daarom hoopvol. Ook de internationale gemeenschap, waaronder Nederland, blijft het door de Afghaanse regering ingezette pad naar vrede steunen.

Nederland levert een financiële bijdrage van € 2 miljoen aan het Afghanistan Peace and Reintegration Program. Het programma ondersteunt het werk van de Hoge Vredesraad en werkt tegelijkertijd aan het bereiken en overhalen van strijders om de wapens neer te leggen en te re-integreren. Inmiddels zijn er ongeveer 4000 personen biometrisch geregistreerd, ontwapend en formeel toegelaten tot het APRP. Daarnaast hebben nog bijna 2000 individuen aangegeven te willen deelnemen aan het programma.

Het APRP is het centrale instrument van de Afghaanse overheid en de internationale gemeenschap op het gebied van het vredesproces en re-integratie, maar heeft nog een lange weg te gaan. Na een trage start, begint het APRP op gang te komen. Zoals toegezegd tijdens het VAO over de NAVO-top in Chicago, zal Nederland in het donorforum van het APRP pleiten voor een onafhankelijke evaluatie. Zo kan op een gepast moment en op neutrale wijze het functioneren van het programma in kaart worden gebracht en waar nodig worden verbeterd.

Regionale betrekkingen en samenwerking
In reactie op het grensincident van 26 november 2011, waarbij 24 Pakistaanse militairen omkwamen besloot het Pakistaanse parlement de bilaterale relatie met de VS te herzien. Na een initiële opschorting zijn er inmiddels opnieuw contacten tussen Amerikaanse en Pakistaanse functionarissen, maar van een volledig herstel van de relaties is nog geen sprake. Ook is er nog geen overeenstemming over het volledig openen van de grenzen voor ISAF-transporten. De VS heeft op dat gebied het voortouw in de onderhandelingen. De NAVO heeft ondertussen een akkoord met Oezbekistan, Kirgizië en Kazachstan gesloten over ISAF-transporten.


Het ‘Heart of Asia’ proces dat in gang is gezet door de Istanbulconferentie van 2 november 2011 laat vooruitgang zien. Tijdens een ministeriële bijeenkomst op 14 juni jl. in Kabul hebben Afghanistan en de buurlanden maatregelen geïdentificeerd ter versterking van het onderling vertrouwen. Het gaat om samenwerkingsinitiatieven op het terrein van rampenbestrijding, bestrijding van terrorisme, counter-narcotica, Kamers van Koophandel, handel en economie, infrastructuur en onderwijs en wetenschap.

Op 2 en 3 mei jl. vond een conferentie plaats in Geneve met als thema ‘Duurzame oplossing voor Afghaanse vluchtelingen’. Tijdens deze conferentie presenteerden Pakistan, Afghanistan en Iran een gezamenlijke meerjarige strategie voor een integrale aanpak van de Afghaanse vluchtelingenproblematiek, opgesteld met ondersteuning van UNHCR. De strategie is gericht op het bereiken van een grotere Afghaanse absorptiecapaciteit en het ondersteunen van Iran en Pakistan om intussen het hoofd te kunnen blijven bieden aan de grote aantallen Afghaanse vluchtelingen in hun land. De terugkeerproblematiek is al jaren een gevoelig punt tussen de drie landen en het overeenkomen van deze gezamenlijke strategie is een belangrijke stap voorwaarts.

Electorale hervormingen
Met goedkeuring van president Karzai is de Afghaanse kiescommissie een consultatieproces aangegaan met het maatschappelijk middenveld over electorale hervormingen. In een bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de politiek, academische wereld en maatschappelijke organisaties, sprak de commissie over een nieuwe conceptkieswet. Naast herziening van de kieswet wil de commissie ook gaan werken aan de kiezersregistratie en de verkiezingsprocedures.


Het kabinet verwelkomt dit initiatief van de kiescommissie. Electorale hervormingen zijn cruciaal voor de democratische ontwikkeling van Afghanistan. Draagvlak onder de bevolking is hierbij essentieel. Het is daarom van belang dat het verdere proces transparant verloopt en voldoende inclusief is. Kritiek van bijvoorbeeld de Free and Fair Election Foundation of Afghanistan (FEFA) op het consultatieproces moet de kiescommissie zich ter harte nemen. Ook moeten parlementariërs en provinciale vertegenwoordigers nauw betrokken worden bij het proces. De EU en de VN zullen het hervormingsproces actief blijven steunen, onder meer via het UNDP ELECT programma, waar ook Nederland aan bijdraagt.

Mensenrechten
De huidige inzet van mensenrechtenexperts, die speciale aandacht besteden aan de positie van religieuze minderheden, zorgt voor een goed overzicht van de nationale situatie, evenals de situatie in het noorden en Kunduz. De meest effectieve invloed op de bescherming van christelijke minderheden kan worden itgeoefend op nationaal niveau via stille diplomatie. De mensenrechtenexpert die geplaatst is bij de EU-delegatie in Kabul speelt hierin een belangrijke rol. Hij onderhoudt regelmatige contacten met internationale christelijke NGO’s, mensenrechtenactivisten en de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie. Bij alle activiteiten moet voorzichtig worden gehandeld vanwege de grote gevoeligheid van het onderwerp bij de Afghaanse bevolking en parlement. Ook vertegenwoordigers van christelijke NGO’s en de betrokken
minderheden zelf geven aan voorzichtig op te treden om rekening te houden met de politieke en culturele gevoeligheid van het onderwerp. De mensenrechtenexpert heeft vorig jaar, toen er een aantal individuele zaken speelde, een coördinerende rol kunnen vervullen bij activiteiten van internationale partners (EU, VS, Canada).

Deel 2: Inhoudelijke rapportage over de doelstellingen van de geïntegreerde politietrainingsmissie

Dit gedeelte rapporteert over de voortgang van de geïntegreerde politietrainingsmissie per onderdeel van de missie, aan de hand van de thematische indeling van het geïntegreerde missieontwerp.


Nulmeting en monitoring
De evaluatie van de missie in Uruzgan heeft uitgewezen hoe belangrijk het is aan het begin van de missie doelstellingen en resultaatindicatoren vast te stellen om de voortgang te kunnen meten. Voor de geïntegreerde politietrainingsmissie is daarom aan de hand van het geïntegreerde missieontwerp (GMO) een aantal resultaatindicatoren geïdentificeerd. Deze vormen het uitgangspunt voor de door de NGO CPAU uitgevoerde contextanalyse en perceptiemeting (nulmeting), waarover in de vorige stand van zakenbrief is gerapporteerd. De resultaatindicatoren zijn opgesomd in de nulmeting (CPAU: Contextual Analysis of
Police and Justice System in Kunduz, 2011 Baseline Assessment). De voornaamste indicatoren, onderverdeeld per thema zijn:

Civiele Politie
• Omvang tashkeel en verdeling man-vrouw
• Gepercipieerde capaciteit om veiligheid te bieden
• Mate van vertrouwen in de politie
• Mogelijkheid om klachten in te dienen
• gepercipieerde oneerlijke behandeling/corruptie

Samenwerking Politie - Aanklager
• Bekwaamheid van politie en aanklagers in termen van opleidingsniveau,
tijdigheid en de gepercipieerde professionaliteit
• Gepercipieerde corruptie en beïnvloeding door invloedrijke groepen

Justitiesector
• Mate van vertrouwen in de justitie-instellingen
• Mate waarin geschillen naar de justitie-instellingen worden verwezen
• Gepercipieerd respect voor basisrechten en gelijke behandeling
• Mogelijkheden voor rechtsbijstand
• Tijdigheid van behandeling van zaken
• Gepercipieerde corruptie.

Bewustzijn/toegang tot het recht
• Toegankelijkheid van de verschillende justitie-instellingen
• Gepercipieerde gelijke kansen t.a.v. behandeling door justitie-instellingen.


Aan de hand van deze indicatoren kan enerzijds worden gemeten welke concrete output wordt behaald en anderzijds hoe de perceptie van de bevolking in Kunduz van politie en justitie zich ontwikkelt. Ten aanzien van dat laatste moet worden benadrukt dat het per definitie gaat om een subjectieve meting. Factoren als de
mate waarin sociaal wenselijk wordt geantwoord of geïnterviewden beïnvloed worden door anderen zullen onvermijdelijk een rol spelen. Toch kunnen opeenvolgende perceptiemetingen een beeld geven van de mate waarin het rechtsklimaat in Kunduz verandert en een zinvolle aanvulling geven op de objectieve, kwantitatieve gegevens die in de driemaandelijkse voortgangsbrieven worden gemeld. De geïntegreerde politietrainingsmissie zal haar activiteiten afstemmen op de uitkomsten van de voortgangrapportages en waar nodig aanpassingen doorvoeren.

Thema Civiele politie

Basisopleiding


De afgelopen periode hebben de tien Nederlandse KMar-instructeurs op het German Police Training Centre (GPTC) de achtweekse basisopleiding of Initial Police Training Course (IPTC) gegeven. De KMar-instructeurs verzorgen sinds korte tijd ook de Junior NCO-opleidingen voor het lager politiekader als deel van de Non-Commisioned Officers Course (NCO-course). De NCO-course bestaat uit het IPTC-deel, zes weken alfabetisering (naar behoefte) en acht weken Junior NCO-opleiding. Vrijstelling voor het IPTC-deel kan worden verleend aan lager politiekader met aangetoonde ruime werkervaring. Bij de door KMar-instructeurs gegeven Junior NCO-opleiding worden zij ondersteund door Afghaanse instructeurs die in een train-the-trainer programma door EUPOL trainers zijn opgeleid. Goed functionerend lager politiekader komt na een aantal jaren werkervaring in aanmerking voor een vierweekse senior NCO-opleiding die door EUPOL wordt verzorgd.


De KMar-instructeurs verzorgen daarnaast maatwerkopleidingen voor vrouwen om daarmee te voorzien in een in de praktijk geconstateerde behoefte. Het betreft op maat gemaakte trainingen waarmee zij beter in staat zijn zich te handhaven in hun moeilijke werkomgeving zoals aanhoudings- en zelfverdedigingstechnieken, fouilleren en EHBO.


Inmiddels hebben ongeveer 200 agenten een door Nederlanders gegeven basisopleiding of Junior NCO-opleiding voltooid en zijn ongeveer 140 agenten en functionarissen van het lager politiekader in opleiding.

Police Mentoring and Liaison Teams (POMLTs)
De afgelopen periode hebben de POMLTs zich gericht op een kwaliteitsimpuls aan de individuele agenten in het district Kunduz door opleiden, trainen en praktijkbegeleiding. Eind februari is een POMLT ook gestart met activiteiten in het district Khanabad. Daardoor krijgen nu ook agenten uit Khanabad de aanvullende
tienweekse opleiding of Advanced Police Training Course (APTC). De agenten uit Khanabad die hiervoor zijn aangewezen volgen de theorielessen op hetzelfde kamp als de agenten uit Kunduz. De omvang van de groep is nog gering omdat het gewone politiewerk in Khanabad ook gewoon doorgaat en een deel van de
agenten eerst de basisopleiding volgen. De afspraken die over de deelname zijn gemaakt met de Provincial Chief of Police (PCoP) worden daarbij redelijk tot goed nageleefd door de verschillende Afghaanse ondercommandanten.


De leiding van de AUP in de provincie geeft aan welke onderwerpen zij belangrijk vindt, zodat de POMLTs daar als eerste aandacht aan kunnen besteden. Voorbeelden hiervan zijn Counter-Improvised Explosive Devices (C-IED), EHBO en kaartlezen. Op deze wijze kunnen de onderwerpen uit de APTC afgestemd op de behoefte worden behandeld.


De POMLTs hebben naast het geven van de aanvullende tienweekse opleiding ook maatwerkprogramma’s verzorgd. Hierbij werd ingespeeld op in de praktijk geconstateerde behoeftes. Het betreft onder meer logistiek en verkeersgerelateerde werkzaamheden voor de AUP Highway Police en de AUP
Traffic Company.


Afhankelijk van de geboekte vooruitgang wordt de POMLT-begeleiding stapsgewijs gericht op andere politie-eenheden in de provincie Kunduz waar de veiligheid dit toelaat en community policing mogelijk is. In juni zijn de eerste POMLTactiviteiten in het district Aliabad gestart.


Inmiddels hebben ongeveer 60 agenten uit Kunduz en Khanabad de aanvullende tienweekse opleiding voltooid en zijn er ongeveer 40 in opleiding. Daarnaast zijn er ongeveer 125 maatwerkopleidingen gegeven.

Tracking & Tracing
In de afgelopen rapportageperiode is verder geïnvesteerd in het vullen van het door Nederland geïntroduceerde agentvolgsysteem PMS (Police Monitoring System). Het bevat alle persoonsgegevens van AUP agenten in Kunduz die door Nederland zijn opgeleid of worden begeleid. Van iedere agent is een gezichtsfoto opgenomen en indien van toepassing een kopie van behaalde certificaten of diploma’s. In het PMS wordt eveneens aangegeven of betrokkene is gebiometriseerd en of deze gegevens in het Nederlandse biometriesysteem zijn opgenomen. Daarnaast worden individuele voortgang en relevante persoonlijke vaardigheden, kenmerken en resultaten van cursisten vermeld. Ook door EUPOL aangeleverde data van AUP cursisten worden in het PMS ingevoerd.


Met partners wordt samengewerkt om na te gaan of door Nederland getrainde agenten in overeenstemming met de nationale politiestrategie worden ingezet. Met UNDP/LOTFA is afgesproken dat de missie navraag kan doen over data in het Electronic Payroll System ter verificatie met de data in het PMS over de verblijfplaats of werkplek van een AUP agent, om zeker te stellen dat de missie goed op de hoogte is van de locatie van door haar getrainde agenten. Daarnaast worden de dagelijkse ISAF/RC(N) operatieplannen (voorafgaand aan actie) en rapportages (na afloop van acties) gecontroleerd op de wijze waarop agenten van de AUP in Kunduz worden ingezet. Bij vermeende schendingen van de afspraken die met de Afghaanse autoriteiten zijn gemaakt over civiele inzet van door Nederland getrainde agenten, wordt gericht onderzoek uitgevoerd, in samenwerking met de AUP. Als blijkt dat een agent niet volgens afspraak is ingezet, worden de Afghaanse autoriteiten hier op aangesproken en wordt bekeken of nadere maatregelen nodig zijn. Tot op heden zijn geen schendingen geconstateerd. In de Afghaanse werkelijkheid is geen methode waterdicht, maar de gekozen werkwijze functioneert naar tevredenheid.

De missie deelt haar expertise en opgedane ervaringen op het terrein van tracking & tracing met de coalitiepartners, om hen te ondersteunen bij de verbetering van hun eigen methodes. Het Amerikaanse bataljon, het GPTC en het Duitse PRT zijn in het bezit van een vertaalde versie van PMS.

Community policing
In de afgelopen rapportageperiode zijn verschillende activiteiten georganiseerd om de bevolking en de politie met elkaar in contact te brengen. Zo heeft GIZ de afgelopen periode negen neighbourhood comittees, negen steering committees en zes community dialogues opgericht. In de neighbourhood committees worden klachten en aanbevelingen van de bevolking besproken. Vervolgens vindt in de steering committees hierover overleg plaats met de commandant van het desbetreffende Police Sub Station (PSS). De community dialogues bieden een platform waar burger en politie hun wensen en werkwijzen kenbaar kunnen maken. Hierdoor ontstaat er meer begrip en uiteindelijk samenwerking op veiligheidsgebied.

De politiecommandanten ervaren het betrekken van de lokale bevolking bij het politiewerk als positief en zien een duidelijke meerwaarde in het actief meehelpen door de lokale bevolking met het signaleren en oplossen van misdrijven. De missie versterkt dit samenwerkingsproces door middel van een informatiecampagne voor de bevolking in Kunduz, waarbij onder meer via lokale radiostations uitzendingen
worden verzorgd. Thema’s die hierbij aan de orde komen zijn de rol van de politie en de wijze waarop de bevolking de politie kan benaderen. Ook zijn informatiebalies gecreeerd bij politiebureaus in de districten om de toegang van de bevolking tot de politiebureaus in de districten te vergroten.


Het community policing programma van GIZ heeft een extra impuls gekregen door het betrekken van de Nederlandse POMLTs bij de dialoog tussen de bevolking en de politie. De POMLTs gebruiken de hierbij opgedane informatie bij hun trainings- en mentoringsactiviteiten en werken zo aan het verbeteren van de communicatie met de bevolking over activiteiten van de AUP, zoals het opzetten van check points of het doen van huiszoekingen.

Alfabetisering
De alfabetiseringslessen van GIZ in de provincie Kunduz liggen op schema. Ongeveer 1200 agenten uit de hele provincie nemen op dit moment deel. De doelstelling is om iedere deelnemer minimaal gedurende een jaar twaalf uur per week les te geven. De lessen zijn toegespitst op de werkomgeving van de
cursisten en besteden in ruime mate aandacht aan mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, huiselijk geweld en gezondheidszorg. Er vindt geregeld overleg plaats tussen GIZ en de missie over de voortgang van de cursisten en de inhoud van de lessen.

Versterking hoger en midden kader politie via EUPOL

Algemeen
Per 22 mei 2012 werken 53 Nederlanders in de EUPOL-missie in Afghanistan: 44
politiefunctionarissen en negen civiele experts.

Kaboel/ Afghanistan breed
Op het gebied van de professionalisering van de ANP richt EUPOL in Kaboel zich voornamelijk op de vergroting van de Afghaanse trainingscapaciteit. EUPOL heeft al verschillende train-the-trainer cursussen gegeven, gebruikmakend van mobiele trainingsteams, waaraan Nederlandse politiefunctionarissen en civiele experts een grote bijdrage leveren. Ook is een database opgezet met een overzicht van Afghaanse trainers. 


Verder is in april 2012 het Criminal Investigation College (voormalig bekend als CID Faculty) opgericht in het Afghaans geleid Central Training Centre (CTC) in Kaboel, zodat de Afghanen ook op het terrein van
recherche beter kunnen worden opgeleid. Daarnaast heeft EUPOL de afgelopen maanden een groot aantal trainingen verzorgd op het gebied van Police Command, Control and Communication (PC3), Intelligence Led Policing en Criminal Investigation, onder meer op het Staff College in Kaboel.


Binnen EUPOL hebben verschillende Nederlanders speciale aandacht besteed aan de positie en de training van vrouwen in de Afghaanse politie. Zo zijn twee tienweekse cursussen voor vrouwelijke onderofficieren (NCO) georganiseerd. Daarnaast zijn bijeenkomsten van een vrouwennetwerk voor politiefunctionarissen
georganiseerd om oplossingen te vinden voor de specifieke problemen waarmee deze groep binnen de politie wordt geconfronteerd, inmiddels hebben twee netwerkbijeenkomsten plaatsgevonden.


Een belangrijk aandachtsgebied voor EUPOL is de institutionele hervorming van het MOI. Het Nederlandse hoofd van de politiepijler en verschillende Nederlandse mentoren en adviseurs leveren hieraan dagelijks een bijdrage door op dit ministerie de Afghanen te begeleiden en van advies te voorzien.


Kunduz
Het CPJP-team is mede dankzij Nederland uitgebreid, waardoor EUPOL in Kunduz diverse mentorings- en trainingsactiviteiten kan aanbieden.


Sinds januari 2012 wordt de provinciale politiecommandant, Qatra, bij zijn werk geadviseerd door een Nederlandse EUPOL politiefunctionaris. Deze functionaris richt zich in zijn advisering met name op de management aspecten van de politie. Zo heeft Qatra met zijn team gesproken over welke opleidingsbehoefte er bij hen leeft om goed het werk te kunnen doen. Op basis van deze inventarisatie heeft EUPOL een Provincial Management Team Course (PMTC) opgesteld dat later dit jaar aan het team wordt gegeven en waarbinnen het strategisch plan voor de politie in de provincie wordt ontwikkeld.


Met de extra capaciteit die Nederland levert kan EUPOL ook de leiding van de verschillende politiebureaus in Kunduz stad continu maatgericht mentoren en adviseren. Nu de POMLTs ook in Khanabad werkzaam zijn, worden ook daar contacten gelegd voor mentoring van het hoger kader van de AUP. EUPOL heeft
haar mentoractiviteiten kunnen intensiveren, bijvoorbeeld bij de Chief Military Prosecutor, de Family Response Unit en de Human Rights Unit. Qua trainingen lag de nadruk deze periode op de training van de recherche (CID). Twintig rechercheurs, waaronder de medewerkster van de Family Response Unit, hebben
de cursus ‘capturing and securing evidence from witnesses’ voltooid. Verder zijn in mei tien deelnemers, waaronder een AUP agente, gestart met de vierweekse EUPOL- cursus Intelligence Led Policing.


Ook heeft EUPOL in mei de derde train-the-trainer cursus aan vijftien Afghanen afgesloten. Verder zijn managementtrainingen gegeven aan zeven leidinggevenden binnen de AUP. Tenslotte heeft EUPOL eind mei in samenwerking met de PTG een ‘Advanced Female Course’ van een week verzorgd voor de
vrouwelijke AUP agenten van de provincie Kunduz.


Thema Samenwerking politie – aanklager
De samenwerking tussen politie en aanklagers in Kunduz stad is de afgelopen periode volgens het Openbaar Ministerie sterk verbeterd. Ook advocaten zijn te spreken over de vooruitgang van de politie en melden dat de politie zich steeds beter houdt aan de wettelijke termijnen 


Recent is in Kunduz de tweede EUPOL Coordination of Police and Prosecutors (CoPP) training aan elf politiemedewerkers en elf aanklagers succesvol afgerond. Gedurende twee weken wordt een strafzaak van begin tot eind doorlopen. Deze door Nederland gefinancierde training wordt in 27 van de 34 Afghaanse provincies gegeven. Tussen maart 2011 en april 2012 heeft EUPOL in heel Afghanistan de CoPP training aan 373 politie- en justitiefunctionarissen gegeven.


EUPOL Kunduz geeft samen met GIZ vervolg aan deze cursus door mentoring on the job, waarbij EUPOL zich richt op Kunduz stad en GIZ op de districten. De mentoring vindt elke twee weken plaats en is gebaseerd op bestaande zaken.


EUPOL heeft verder forensische kits overgedragen aan de recherche unit in Kunduz stad, onder andere voor het veilig stellen van voetafdrukken. Deze maand nog wordt een meerdaagse workshop georganiseerd over het gebruik van deze kits.


Tot slot is in juni de zesdaagse EUPOL ‘Justice and Criminal Procedure Training’ gehouden, specifiek gericht op verbetering van de samenwerking tussen de recherche en het Openbaar Ministerie.

Thema Justitiesector
GIZ heeft de afgelopen periode de ondersteuning van Huqooq medewerkers voortgezet. Binnen het Ministerie van Justitie functioneert de Huqooq als de verbindende schakel tussen het formele rechtssysteem en het informele rechtssysteem zoals die in dorpsraden, Jirga’s en Shura’s, wordt gepraktiseerd. De Huqooq medewerkers zijn op districtsniveau actief en worden door GIZ getraind en voorzien van wetboeken en inventaris. Daarnaast worden gezamenlijke bijeenkomsten georganiseerd tussen Huqooq en vertegenwoordigers van politie, rechtbank, OM en de provinciale overheid om ook bij deze groep de kennis over de rol van de Huqooq te vergroten.


Deze zomer wordt gestart met de bouw van nieuwe kantoren voor de Huqooq en de aanklagers in de districten en van een kantoor voor het Afghaanse ministerie van Justitie in Kunduz. De bouwtijd wordt geschat op 6-9 maanden. De nieuwbouw zal de toegankelijkheid en de zichtbaarheid van de justitiële
instellingen naar verwachting enorm vergroten, vooral in de districten.

De Afghan Independent Bar Association (AIBA) is de afgelopen periode verder gegroeid naar 38 leden. AIBA heeft met hulp van Nederland twee advocaten in dienst genomen die dagelijks ter beschikking staan om juridische hulp te bieden aan vrouwen. Via het Department of Women’s Affairs (DoWA) worden vrouwen in nood doorverwezen naar deze advocaten. De advocaten hebben deelgenomen aan
een training over het recht op juridische bijstand, die door EUPOL speciaal aan AIBA en DoWA is gegeven.


Het Max Planck Institute for Comparative Public Law and International Law (MPIL) heeft in de afgelopen maanden trainingen gegeven op het gebied van landrecht voor rechters, medewerkers van het ministerie van Justitie, Huqooq personeel en advocaten. Ook heeft MPIL een training over juridische ethiek voor rechters
verzorgd.

Thema Verbetering bewustzijn, acceptatie en toegang tot het
rechtssysteem


Verbetering bewustzijn
In maart 2012 heeft in Kunduz stad een interactieve toneelvoorstelling plaatsgevonden over de bevoegdheden van de politie versus burgerrechten. Het toneelstuk zal vaker worden opgevoerd, ook in de districten. De BBC heeft de afgelopen periode personeel van een tweetal lokale radiostations getraind op het
gebied van de rechtsstaat. Beide radiostations zijn inmiddels met edutainment radiouitzendingen begonnen. De Nederlandse POMLTs hebben in samenwerking met de AUP in april 2012 een Shura bij de Universiteit van Kunduz gehouden, om de kennis van en bewustzijn over rechtsstaat en mensenrechten van studenten te
vergroten.

Toegang tot het rechtssysteem
In het kader van het project “Access to justice for women” heeft The Asia Foundation (TAF) tien mannelijke en negen vrouwelijke Community Dialogue groepen (CDG) ingesteld in verschillende districten in de provincie. Elke CDG wordt tijdelijk opgezet met het doel kennis over de rechten van vrouwen over te
dragen. Deze groepen verspreiden hun kennis via scholen, moskeeën, bijeenkomsten voor vrouwen, e.d. Ook worden de CDG’s actief ingezet om te bemiddelen bij conflicten in de huiselijke sfeer.

Ter uitvoering van de motie Voordewind/Peters van 24 november 2011 is € 1 miljoen vrijgemaakt voor de periode 2012 en 2013 om bij te dragen aan het UN WOMEN Afghanistan EVAW (Elimination of Violence Against Women) Special Fund. Uit dit fonds worden diverse lokale projecten op het gebied van geweld tegen vrouwen gefinancierd, waaronder twee opvanghuizen voor vrouwen.

Deel 3: Organisatie van de missie en overige zaken

Legering
De eerste twee permanente legeringsgebouwen zijn half juni opgeleverd. Naar verwachting wordt het derde legeringsgebouw in juli en het vierde en laatste legeringsgebouw alsmede het kantoorgebouw eind augustus 2012 opgeleverd. De oplevering heeft vertraging opgelopen onder meer door restricties met betrekking tot toegang van Afghaanse werknemers tot het kamp en werktijden.

F-16’s
De Air Task Force (ATF) is met vier Nederlandse F-16’s sinds 1 november volledig operationeel vanaf Mazar-e-Sharif (MeS). Zij ondersteunt de Nederlandse missie en coalitiepartners met het opsporen van bermbommen en het verzamelen van inlichtingen. Van 1 november 2011 tot 11 juni 2012 is tijdens reguliere vluchten vijf maal overgegaan tot wapeninzet in reactie op assistentieverzoeken ter bescherming van ISAF-troepen. Zoals met de Kamer besproken tijdens het algemeen overleg op 10 april jl. kunnen de F-16’s steun aan coalitiepartners in nood leveren, ook als zij op dat moment niet in de lucht zijn. De ATF staat hiertoe, in overleg met ISAF, een aantal uren per dag op een ground alert status.

Financiën
De actuele raming voor de inzet van Defensie en Veiligheid en Justitie in de Police Training Group, de Air Task Force (ATF) en de Nederlandse bijdrage aan verschillende ISAF-staven in 2012 bedraagt € 115 miljoen. De raming is ten opzichte van de vorige stand van zakenbrief van 12 maart jl. (Kamerstuk 27 925
nr 453) door kleine meevallers met € 1 miljoen verlaagd. De additionele uitgaven komen ten laste van de structurele HGIS-voorziening voor de uitvoering van crisisbeheersingsoperaties op de defensiebegroting, beleidsartikel 20 ‘Inzet’ (€ 110,2 miljoen) en de HGIS- voorziening voor civiele crisisbeheersingsmissies/uitzending politiefunctionarissen op de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie (€ 4,8 miljoen).


De redeployment van het materieel uit Uruzgan is voltooid. Een deel van het materieel van de Air Task Force en het National Support Element uit Kandahar wacht nog op transport omdat vervoer over de grens tussen Afghanistan en Pakistan nog niet mogelijk is. Door deze vertraging bij het transport van materieel naar Nederland en de vertraging bij het afronden van de contracten voor reparatie en herstel, zal de laatste fase van de redeployment doorlopen tot in 2013. Hierdoor is de raming van de redeployment voor 2012 ten opzichte van de vorige stand van zakenbrief (€ 43 miljoen) verlaagd naar € 31,8 miljoen. Deze additionele uitgaven komen ten laste van de HGIS-voorziening voor crisisbeheersingsoperaties op de defensiebegroting.

dinsdag 3 april 2012

Hillen: volgsysteem opgeleide agenten Kunduz niet waterdicht, maar functioneert

Minister Hans Hillen van Defensie heeft maandag een brief aan de Tweede Kamer geschreven waarin hij zegt dat het volgsysteem van agenten in Kunduz functioneert. Hij gaf wel toe dat het systeem waarmee agenten die door Nederlanders werden opgeleid niet waterdicht is.

De Volkskrant meldde maandag dat het ministerie van Defensie juist geen idee heeft wat opgeleide agenten doen.

Hillen schreef de tussentijdse brief over de missie in Kunduz naar aanleiding van recente berichten dat de opzet en werking van het agent-volgsysteem en het geven van de aanvullende 10-weekse training aan agenten te wensen overlaat.

Volgens de bewindsman functioneert het systeem dat het opleidingsniveau bijhoudt en het systeem waar agenten werkzaam zijn naar behoren, evenals de database met de biometrische gegevens van de agenten.

De minister zegt wel dat “in de Afghaanse werkelijkheid” geen methode “waterdicht” is, waarop hij doelt op hoe de agenten worden ingezet, maar de gekozen werkwijze functioneert volgens hem naar tevredenheid.

Over de 10-weekse training zegt Hillen dat ongeveer 180 politiemensen in de stad Kunduz dagelijks worden begeleid en een aantal daarvan momenteel aanvullende modules volgt van de 10-weekse training.

De Volkskrant en de actualiteitenrubriek Nieuwsuur hebben maandag echter gemeld dat uit hun onderzoek blijkt dat het volgsysteem niet goed functioneert, en dat het ministerie van Defensie geen idee heeft wat de opgeleide agenten uitvoeren.

De conclusie van het onderzoek is dat politieagenten die in Kunduz zijn opgeleid door Nederlandse politietrainers aansluitend niet altijd goed worden gevolgd en dat agenten de 10-weekse vervolgopleiding niet volgen.


De brief van minister Hans Hillen aan de Tweede Kamer van 2 april. Zoals gebruikelijk is de brief gericht aan de voorzitter ervan.

2 april

Hillen aan Tweede Kamer

De Kamer ontvangt vier keer per jaar een overzicht van de stand van zaken van de geïntegreerde politietrainingsmissie. Naar aanleiding van recente berichten in de media gaat deze tussentijdse brief in op de opzet en werking van het agent-volg-systeem en de door Nederland ontwikkelde aanvullende tienweekse vervolgtraining van de geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan. Dit systeem is eerder beschreven in de brief van 12 maart 2012 (Kamerstuk 27925, nr. 453).

Het agent-volg-systeem ziet erop toe dat door Nederland opgeleide agenten in de provincie Kunduz worden geplaatst. Het systeem houdt het opleidingsniveau van de agenten bij en er is een database met hun biometrische gegevens. Daarnaast registreert het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken met het Electronic Payroll System (EPS) waar agenten werkzaam zijn. Dit agent-volg-systeem functioneert naar behoren.

Informatie uit dagelijkse ISAF/RC(N) rapportages en operatieplannen wordt gebruikt om na te gaan of agenten in overeenstemming met de Afghaanse politiestrategie worden ingezet. Mochten er aanwijzingen zijn dat agenten voor vooraf geplande offensieve militaire acties zijn of zullen worden ingezet, dan wordt daarover nadere informatie gevraagd aan de betrokken instanties. Tot dusver is inderdaad enige malen navraag gedaan bij de provinciale politiecommandant en deze heeft telkens de verzekering gegeven dat er geen agenten voor geplande offensieve militaire acties zijn ingezet. In de Afghaanse werkelijkheid is geen methode waterdicht, maar de gekozen werkwijze functioneert naar tevredenheid.

Op dit moment worden ongeveer 180 politiemensen in de stad Kunduz dagelijks begeleid en een aantal van hen volgt momenteel modules uit de aanvullende tienweekse training. Onlangs is de praktijkbegeleiding uitgebreid naar het district Khanabad en ook agenten daar komen in aanmerking voor de tienweekse training. Nederland verzorgt voor de desbetreffende agenten de basisopleiding en de provincie Kunduz is ook hun werkterrein.

Er zijn goede afspraken met de provinciale politiecommandant gemaakt over de uitvoering van de aanvullende tienweekse training. Het is niet mogelijk agenten tien weken aaneengesloten van hun post te halen, want dat zou teveel ten koste gaan van de dagelijkse werkzaamheden. Het is vooral de plaatselijke bevolking die daarvan de nadelige gevolgen zou ondervinden. Daarom is de tienweekse opleiding in modules verdeeld die tijdens de praktijkbegeleiding worden gegeven. De Nederlandse begeleiders boeken met deze benadering, die is toegesneden op de Afghaanse omstandigheden, gestaag vooruitgang.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. J.S.J Hillen

Zie ook:
Defensie heeft geen benul wat agenten na politieopleiding Kunduz uitspoken en vervolgopleiding blijft uit

dinsdag 13 maart 2012

Eerste agenten uit Khan Abad op cursus in Kunduz, POMLTs ook naar Khan Abad

De eerste agenten van buiten Kunduz-Stad beginnen deze week aan de Nederlandse vervolgopleiding. De politieagenten zijn afkomstig uit het district Khan Abad, dat ten oosten ligt van het district Kunduz.

De cursus wordt verzorgd op het voormalig Afghaans legerkamp net buiten de stad Kunduz, dat vorig jaar geschikt is gemaakt voor het geven van de vervolgopleiding aan agenten.

De regering schreef maandag al in een brief aan de Kamer dat begonnen wordt met de opleiding van agenten uit andere districten in de provincie. Dinsdag gaf generaal Van Uhm een persbriefing.

Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm zei dinsdag op een persbijeenkomst over de politietrainingsmissie dat het makkelijk is de cursisten naar het beveiligde opleidingskamp te vervoeren vanaf het ongeveer 25 kilometer verwijderde Khan Abad.

In Khan Abad zijn ongeveer 200 politieagenten die voor een opleiding in aanmerking komen.

Naast de begeleiding in de stad Kunduz gaan de zogenoemde Police Operational Mentor and Liaison Teams (POMLT's) binnenkort ook naar het district Khan Abad.

Deze teams van militairen en marechaussees begeleiden Afghaanse agenten ook buiten de poort.

Khan Abad is een van de zeven districten in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz. Het ligt in het oosten van de provincie en telt 140.600 inwoners (2006). De hoofdstad van het district is Khan Abad

In de hele provincie Kunduz gaat het om 1.500 agenten. Daarvan hebben er inmiddels 100 een basisopleiding gevolgd.

Een aanzienlijk deel moet dus nog een basisopleiding krijgen en de aanvullende opleiding van 10 weken waarin ze actief begeleid worden in de praktijk.

“In april start de eerste opleiding voor de junior kaderleden”, zo zei Van Uhm.

De Afghaanse regering zei vorig jaar dat ze graag 1.600 agenten heeft in de provincie Kunduz, die samen met de provincie Faryab bekend staat als de meest gewelddadige in het noorden van Afghanistan.

Vrouwenopleiding politie
Van Uhm ging ook in op de vrouwenopleiding. Zij krijgen basisvaardigheden als fouilleren en het omdoen van handboeien aangeleerd.

Vrouwelijke marechaussee-instructeurs begeleiden deze vrouwen ook in de praktijk. “Al met al zijn er enorme vorderingen en is een grote kwaliteitsslag gemaakt,” aldus de generaal.

Tevredenheid over vorderingen politie
Generaal Van Uhm toonde zich bijzonder tevreden over de vorderingen van de Afghaanse politie. Dit werd volgens hem ook aangetoond door het recente optreden van de Afghaanse veiligheidsinstanties.

De legerleider zei: “De verbranding van Korans op de Amerikaanse basis in Bagram heeft ook in Kunduz tot veel onrust geleid. In Kunduz-stad was er een demonstratie, die keurig binnen de perken is gehouden door adequaat optreden van het Afghaanse leger en de politie.”

Bij de demonstraties probeerden woedende betogers het gebouw van de UNAMA-missie te bestormen. De politie schoot 5 demonstranten dood en er vielen tientallen gewonden.

Ook de Verenigde Naties waren van mening dat de politie adequaat had opgetreden. Vorig jaar kostte de bestorming door demonstranten van het VN-gebouw in Mazar-e-Sharif, de hoofdstad van de westelijke buurprovincie Balkh, aan 7 personeelsleden van de VN het leven.

Geen uitbreiding buiten Kunduz
Generaal Van Uhm haalde ook het fragment in de Kamerbrief aan waarin wordt ingegaan over het afzien van het plan om het lagere kader van de Afghaanse geüniformeerde politie voor de gehele noordelijke regio en agenten van de grenspolitie op te leiden.

Over deze mogelijke uitbreiding van de missie buiten Kunduz is de afgelopen maanden in politiek Den Haag veel gedebatteerd. omdat de ChristenUnie en GroenLinks tegen waren was er geen Kamermeerderheid voor.

Van Uhm zei: “We hebben voor de agenten die we nu in Kunduz scholen een goed tracking- en tracing-systeem. Daarbij zijn de contacten met de plaatselijke autoriteiten van groot belang.”

Aan het Nederlandse mandaat is gekoppeld dat agenten na hun opleiding gevolgd kunnen worden.

“In andere provincies is die band er niet en bovendien is de grens tussen groen, de militairen, en blauw, de politie, bij de grensbewaking niet formeel gescheiden,” aldus Van Uhm.

Trainingen allemaal hervat
De opleidingen die de Nederlanders geven zijn ook weer hervat, nadat een deel daarvan tijdelijk stil was gelegd door de onrust in Afghanistan en Kunduz die ontstond na de Koranverbrandingen vorige maand op de Amerikaanse basis in Bagram.

Veiligheid
Generaal Peter van Uhm haalde tijdens de bijeenkomst met de pers ook de veiligheidssituatie in de provincie Kunduz aan.

Deze is volgens de generaal verbeterd, maar blijft fragiel. Dit meldde de regering maandag ook in de brief aan de Kamer over de voortgang van de politietrainingsmissie in Kunduz.

Het aantal geweldsdelicten daalde vorig jaar, maar zelfmoordaanvallen en aanslagen met bermbomen namen toe. Sinds augustus zijn er echter geen zelfmoordaanslagen meer gepleegd in Kunduz.

Toename van zware aanslagen meldde generaal Markus Kneip, de Duitse commandant van het Regionaal Commando Noord-Afghanistan van de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO, waaronder de provincie Kunduz valt, enige tijd geleden ook al.


Fragment uit Kamerbrief van 12 maart over de veiligheidssituatie in Kunduz:

Veiligheidssituatie Kunduz
In de provincie Kunduz is in 2011 het aantal geweldsincidenten substantieel gedaald, afgezet tegen het jaar ervoor. Tussen 2007 en 2009 verdubbelde jaarlijks het totale aantal geweldsincidenten in Kunduz en ook in 2010 was er nog sprake van een geweldstoename. Recente operaties hebben erin geresulteerd dat gebieden waar de opstandelingen weer aan invloed probeerden te winnen onder controle zijn gebracht. De voedingsbodem voor instabiliteit blijft echter aanwezig en de opstandelingen blijven proberen verloren terrein terug te winnen. Hun optreden is steeds meer asymmetrisch van aard; het aantal bermbomincidenten en zelfmoordaanslagen is in 2011 flink toegenomen.

De afgelopen maanden lijkt de trend van een toename van het aantal zelfmoordaanslagen in Kunduz doorbroken en zijn er sinds augustus 2011 geen zelfmoordaanslagen meer gepleegd in de provincie. Desondanks is het de verwachting dat opstandelingen de intentie blijven houden dit soort aanvallen uit te voeren.

De incidentenaantallen kennen een jaarlijks terugkerende cyclus waarbij de winterperiode traditioneel een daling laat zien. De afgelopen maanden heeft zich in Kunduz relatief vroeg in het jaar een daling van het aantal geweldsincidenten voorgedaan. Hoewel het onzeker is, ook omdat de geboekte vooruitgang fragiel en niet onomkeerbaar is, is het de verwachting voor 2012 dat het aantal geweldsincidenten ten opzichte van 2011 niet zal toenemen.

Video ministerie van Defensie over de eerste patrouille naar Khanabad.



Zie ook:
Kamerbrief Kunduz: Trainers politiemissie Kunduz ook buiten Kunduz-Stad aan de slag
Werkwijze POMLTs

zaterdag 15 oktober 2011

Politiechef Qatra van Kunduz moet maatregelen treffen tegen martelingen politie in detentiecentra

Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) heeft mede namens minister Hans Hillen (Defensie) aan de Tweede Kamer geschreven dat Samiullah Qatra, de politiechef van Kunduz, en zijn vervanger maatregelen moeten nemen tegen martelende politieagenten in detentiecentra in Kunduz.

De Kamer had woensdag om opheldering gevraagd over folterpraktijken in gevangenissen in de Noord-Afghaanse provincie naar aanleiding van een rapport van de VN.

“In Kunduz hebben wij samen met onze internationale partners de politiechef en zijn vervanger daarop aangesproken,” zo schrijven de ministers vrijdag in de “Kamerbrief UNAMA-rapport behandeling gevangenen in Afghaanse detentiecentra”.

In de brief aan de Kamer worden ook de Kamervragen beantwoord die PvdA Kamerlid Frans Timmermans woensdag stelde aan minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) over de martelingen in Afghaanse gevangenissen.

Nederland voert een politietrainingsmissie in Kunduz uit waarbij Afghaanse agenten worden begeleid en opgeleid.


Brief van minister Rosenthal (BZ), mede namens minister Hillen (Def), aan de Tweede Kamer over het UNAMA-rapport over behandeling van gevangenen in Afghaanse detentiecentra.

Op 10 oktober jl. verscheen een rapport van de United Nations Assistance Mission
in Afghanistan (UNAMA) over de behandeling van conflictgerelateerde gevangenen
in Afghaanse detentiecentra. Zoals toegezegd in de brief aan uw Kamer van 5
oktober (ons kenmerk DVB/CV-310/11), naar aanleiding van het verzoek gedaan
tijdens de regeling van werkzaamheden gisteren en in antwoord op de vragen van
de heer Timmermans van 12 oktober (uw kenmerk 2011Z20086), sturen wij u
hierbij de reactie van de regering op dit rapport.
De regering heeft met bezorgdheid kennisgenomen van het rapport en
ondersteunt de aanbevelingen die erin worden gedaan. Het is in eerste instantie
aan de Afghaanse autoriteiten om maatregelen te nemen tegen foltering en
onmenselijke en onterende behandeling door de Afghaanse veiligheids- en
politiediensten. Nederland zal binnen de kaders van de geïntegreerde
politietrainingsmissie en het algemene beleid ten aanzien van Afghanistan de
uitvoering ondersteunen van de aanbevelingen in het rapport.
ISAF heeft al besloten geen gevangenen over te dragen aan de desbetreffende
detentiecentra en een strenger volgsysteem voor gevangenen in te stellen. De EU
heeft in een reactie op het rapport haar bezorgdheid over de misstanden
uitgesproken, de maatregelen van de Afghaanse overheid verwelkomd en steun
toegezegd om de situatie te verbeteren.
De gebeurtenissen tonen aan dat steun van de internationale gemeenschap voor
de opbouw van de rechtsstaat, zoals ook Nederland die verleent, zeer nodig is.
Het feit dat de Afghaanse regering de problemen onderkent en maatregelen heeft
aangekondigd, is positief. De regering verwacht dat de aangekondigde
maatregelen serieus en effectief worden uitgevoerd. In Kunduz hebben wij samen
met onze internationale partners de politiechef en zijn vervanger daarop
aangesproken.
Drie van de locaties die in het rapport worden genoemd bevinden zich in de
provincie Kunduz: de provinciale NDS-faciliteit, het provinciale ANP-hoofdkwartier
en een ANP-districtsfaciliteit. Het rapport beschrijft drie specifieke gevallen van
marteling in de provincie Kunduz waarbij leden van de ANP betrokken zouden zijn
geweest. Op basis van het rapport kan niet worden vastgesteld of het daarbij ook
gaat om politieagenten die door Nederland worden opgeleid.

Pagina 2 van 2
Ten aanzien van de omgang met door Nederland overgedragen Afghaanse gedetineerden in Uruzgan zijn de internationale richtlijnen gevolgd. In 2005 zijn
hierover afspraken gemaakt met de Afghaanse autoriteiten, in het bijzonder over
het Nederlandse volgsysteem en onbeperkte toegang tot de gedetineerden door
het ICRC, de Afghan Independent Human Rights Commission (AIHRC) en de
Nederlandse ambassade.
De regering onderstreept dat Afghaanse agenten veel noodzakelijk en goed werk
doen onder zeer moeilijke omstandigheden. Nederland levert graag ondersteuning
om hun werk mogelijk te maken. Met onderricht in mensenrechten en de
bevordering van kennis en vaardigheden van de politie en personen werkzaam in
de justitiële sector beoogt de geïntegreerde politietrainingsmissie een zinvolle en
effectieve bijdrage te leveren aan de opbouw van de rechtsstaat in Afghanistan.

Zie ook:
Kamervragen Frans Timmermans (PvdA) over martelende politieagenten Kunduz

donderdag 6 oktober 2011

Kosten eerste jaar Kunduz en afbouw Uruzgan goedkoper dan begroot

De Nederlandse politiemissie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz kost dit jaar 16,5 miljoen euro minder dan geraamd. De afbouw van de Nederlandse missie in de zuidelijke provincie Uruzgan levert een meevaller van 53 miljoen euro op.

Dat hebben de ministers Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken), Hans Hillen (Defensie) en Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) woensdag aan de Tweede Kamer geschreven in een “Stand van zaken brief politietrainingsmissie Afghanistan”.

De bewindslieden schrijven dat in de Kamerbrief van 7 januari 2011 is gemeld dat de additionele uitgaven van de geïntegreerde politietrainingsmissie voor 2011 werden geraamd op € 122,3 miljoen.

Op basis van de ontwikkelingen sindsdien is deze raming verlaagd naar €105,8 miljoen.

Oorzaak
De meevaller in Kunduz wordt “veroorzaakt door de gefaseerde opbouw van de missie vanaf 1 mei 2011, de latere verhuizing van de F-16’s en ondersteunende elementen vanuit het zuiden naar Mazar-e-Sharif en de latere realisatie van delen van de infrastructuur”.

De Nederlandse bijdrage aan de staf van Regional Command South van de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO en de medische faciliteit op Kandahar worden per november 2011 beëindigd.

De 4 F-16's van de Air Task Force en het Contingentscommando zijn nog steeds op het vliegveld van de Zuid-Afghaanse stad Kandahar gestationeerd.

De F-16's voeren boven Afghanistan dagelijks vluchten uit.

De provincie Kunduz valt onder het Regionaal Commando Noord van de ISAF-veiligheidsmacht. Het hoofdkwartier hiervan is gevestigd op Camp Marmal bij de Noord-Afghaanse stad Mazar-e-Sharif.

Budget 2012 en verder
Van het totaal aan neerwaartse bijstelling in 2011 schuift € 7,0 miljoen aan uitgaven voor de infrastructuur door naar 2012. Hiermee wordt de raming voor 2012 verhoogd naar € 116,3 miljoen.

Voor 2013, 2014 en 2015 blijven de ramingen vooralsnog ongewijzigd op respectievelijk € 109,3 miljoen, € 94,4 miljoen en € 32,5 miljoen.

Deze uitgaven komen ten laste van de structurele voorziening “uitvoeren crisisbeheersingsoperaties” binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) op de defensiebegroting en het artikel “civiele crisisbeheersingsmissies/uitzending politiefunctionarissen” binnen de HGIS op de begroting van Veiligheid en Justitie.

Veiligheid Afghanistan en Kunduz
De ministers schrijven in de Kamerbrief ook over de veiligheidssituatie in Kunduz en Afghanistan.

In heel Afghanistan is het aantal geweldsincidenten in het eerste halfjaar van 2011 licht gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

In Kunduz lag het absolute aantal geweldsincidenten in de eerste helft van 2011 lager dan in dezelfde periode in 2010.

Daar staat tegenover dat het aantal incidenten met bermbommen en zelfmoordaanslagen in de provincie Kunduz is toegenomen.

Uruzgan
De terugtrekking uit Uruzgan was begroot op 211 miljoen euro. Dit bedrag is verlaagd naar 158 miljoen euro. Al het Nederlandse materieel is inmiddels teruggetrokken uit Uruzgan en voor een deel overgebracht naar Kunduz.

Nederland leidde van augustus 2006 tot augustus 2010 voor de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan.

De regering besloot in januari 2011 een missie naar Kunduz te sturen om Afghaanse agenten op te leiden. Aan deze missie nemen 545 militairen en politiefunctionarissen deel.